Joannes is 50 jaar geworden en op de meest eenvoudige manier begraven, dwz met een gelezen mis (cum missa lecta).
Joannes is de tweede stamvader van onze 'Stam Torhout-Oostkamp'. Alleen bij het doopsel van Joannes schrijft de pastoor: 'Lanses'. In Joannes' latere leven vinden we altijd de klassieke schrijfwijze 'Lanssens'. We houden ons echter aan de geldende regels, dat de officiële naam van een persoon deze is uit zijn geboorteakte. In het Ancien Régime, dwz vóór de Franse Revolutie, was er nog geen burgerlijke stand en geldt de doopakte als geboorteakte.
In het gezin van stamvader Petrus Lanssens & Catharina Verschuere was al eerder een kind gedoopt onder de naam Joannes. In 1673 overleed dit kind op 3-jarige leeftijd. Na dit overlijden werden eerst 4 dochters geboren, maar toen het in 1712 opnieuw een zoon was, kreeg hij dezelfde voornaam Joannes. Onze stamvader is dus in feite een "vervanger" van zijn overleden broertje. Het gebruik om terug dezelfde naam te geven, komt vaak voor, ook nog in de jaren 1800. Ouders waren in de vorige eeuwen ingesteld op de verwachting dat ongeveer de helft van de kinderen jong stierven. Dezelfde voornaam opnieuw gebruiken, deed wellicht hun verdriet vlugger vergeten.
De familienaam van Maria-Catharina wordt in Torhout in 15 jaar tijd door diverse pastoors op 4 verschillende manieren geschreven: Rabel (2x), Rabat (2x), Rebel (1x), en Rouvel (1x). We hebben nergens in West-Vlaanderen enig spoor kunnen ontdekken van haar geboorte. Mogelijk is haar naam in Torhout nooit correct genoteerd (was het bv. Abeel, Croubel, Debel, Debal ... ??) Zo is er bv een Catharina Debel geboren in Ruiselede op 09.10.1689.
Het huwelijk is vermeld in Torhout, en ook de geboorte van de 5 kinderen, maar Maria-Catharina's overlijden is opnieuw een raadsel. We hebben nochtans alle overlijdens 1726-1736 overlopen.
Veel later, bij het overlijden van de 72-jarige zoon Eduardus in 1799, wordt in het parochieregister verkeerdelijk als moeder van Eduardus vermeld: "Joanna Kimpe". Maria-Catharina Rabel kan vroeg gestorven zijn, waarna Joannes Lanssens hertrouwd zou zijn met een Joanna Kimpe. De latere pastoors zouden dan niet meer van het bestaan van Joannes' eerste vrouw op de hoogte geweest zijn. Er is twijfel omtrent dit tweede huwelijk. Joanna Kimpe is immers 13 jaar ouder dan Joannes. Een mogelijke verklaring is dat de latere pastoor in de war was, omdat Joannes' broer Petrus gehuwd was met Maria Kimpe, en Joannes' zus Elisabet met Henricus Kimpe.
Dat Joannes hertrouwd is met Catharina Dejaeghere is een vermoeden zonder bewijs, maar ook zonder verder belang.
Op 17 mei 1721 vinden we in het parochieregister van Torhout een overlijdensnotitie: "infans Joannis Lanssens" (kind van Joannes Lanssens). Aangezien we van alle 5 de kinderen van Joannes het overlijden gevonden hebben, gaat het hier blijkbaar om een doodgeboren kind tussen de geboortes van Maria-Catharina en Petronella.
Joannes woonde in hetzelfde cijnshuisje als zijn vader Petrus. Dat doet ons denken aan het verhaal van het Vrijgeweed.
In 1424 schenkt de Hertog van Kleef (heer van Wijnendale) het zogenaamde Vrijgeweed, een onontgonnen gebied ten westen van het Bulskampveld over delen van Torhout, Zwevezele en Ruddervoorde aan zijn laten. Die zijn vanaf dat ogenblik vrije lieden. Ze betalen een jaarlijkse rente van 18 pond aan de heer. Voor die prijs mogen ze hun gebied zelf beheren en kunnen er volledig van leven. Ze kweken gewassen, laten er hun schaap grazen, zetten bijenkorven (honing was toen dè zoetstof), ze steken turf (plaggen heide die gedroogd worden tot brandstof, de asse achteraf is meststof), ze snijden twijgen (biezen voor manden, stoelen en borstels), ze steken leem (voor de wanden van hun woning en voor potten), ze dammen beken af om vis te kweken, ze kappen brandhout, ze jagen op klein wild (en waren veel minder gejaagd dan wij).
Uiteraard komen er kapers op de kust. Hoewel het woord 'laat' in feite 'slaaf' betekent, zijn er velen die in het Vrijgeweed laat willen worden. Het volstaat immers om gewoon een stukje grond te huren, en er in één nacht een hutje op te bouwen om meteen laat te zijn en van alle voorrechten te genieten. Een huis - of hutje - gebouwd op de gehuurde grond van de Overheid (lees in die tijd: van de heer) is een cijnshuisje. (bron: Vandewiele)