De alleroudste voorouders uit ons stamboek vinden we omstreeks het jaar 1460. Het is Erik Lamsens uit Roeselare die de volledige voorvaderlijke stam in Zwevezele kon reconstrueren, na jarenlang speurwerk in Wezerijakten, Staten van Goed, e.d. uit die tijd. Zijn resultaten werden gepubliceerd in het tijdschrift van de VVF: "De familie Lampsins in de 15° en de 16° eeuw", Vlaamse Stam 1991, blz. 506-513.
Het schematisch overzicht van de periode 1460 - 1630 vindt u in het boek.
Er zijn afstammelingen tot op vandaag, nl. allen die verder vermeld staan onder de "Stam Zwevezele". Zij hebben als voorvader Adrianus Lampsins, die rond 1657 verhuist van Zwevezele naar Ruddervoorde en daar zijn naam verandert naar Lanssens.
Verder zijn er indicaties - maar helaas geen definitieve bewijzen - dat ook mijn eigen 'Stam Torhout' zou teruggaan tot dezelfde oerstam. De oudste in Torhout is Petrus Lanssens. De meter van zijn tweede kind is Maria Vandierendonck en die vinden we terug onderaan het schema als vrouw van Joos Lampsins.
Ook de Stam Koolskamp, de Stam Hasselt-Mouscron en de Stam Lichtervelde hebben hun oorsprong ergens in dit schema, maar er zijn nog ontbrekende schakels, zeg maar: zoekwerk voor de toekomst!
Tenslotte wordt deel van de Zwevezeelse oerstam teruggevonden in Lissewege. Van daaruit zijn misschien ook de Lanssens afkomstig die we vinden in de 17° en de 18° eeuw in Brugge. Dit is echter van ondergeschikt belang: deze Lisseweegse en Brugse Lanssens zijn uitgestorven.
Veel belangrijker zou zijn indien ooit een verband kon gelegd worden naar de Lampsins in Oostende. Die zijn immers uitgeweken naar Zeeland en daar uitgegroeid tot een adellijke en rijke familie. Ook deze tak is uitgestorven, maar in Vlissingen is het Lampsinshuis naar hen genoemd.
In dit schema wordt de oorsprong van onze naam zeer duidelijk aangetoond. De verdere afstammelingen van Olivier 'Lamsin' worden in Zwevezele 'Lamsins' en 'Lampsins' genoemd. Vanaf 1650-1660 in Ruddervoorde evolueert het naar 'Lampsens' en tenslotte vanaf 1680-1690 staat er geschreven 'Lanssens'.
Het schema van de oerstam 1460-1630 ziet er verder uit als volgt.
De oudste is Olivier Lamsin, overleden in 1505. Over zijn geboorte is niets bekend. Ook de naam van zijn vrouw wordt niet vermeld, maar bij zijn overlijden zijn er 2 wezen (dwz jonger dan 25 jaar) en de oudste hiervan huwt in 1511. Als geboortejaar mag dus aangenomen worden ca. 1460. Hij is in de Middeleeuwen al eigenaar van zijn eigen hofstede met bijhorend land, wat uitzonderlijk is.
De oudste zoon Pieter Lamsin heeft geen afstammende naamdragers tot vandaag.
Zijn achterkleinzoon Dries Lampsins kon schrijven en levert ons een handtekening uit 1622, de oudste uit dit boek.
De andere zoon Michiel Lamsin huwt tweemaal, en heeft uit beide huwelijken naamdragers tot op vandaag:
Uit het eerste huwelijk met Margriet Vandenstock:
- Via de zoon Marijn Lamsins en de kleinzoon Jan Lam(p)sins, is er de hiervoor vermelde achterkleinzoon Adriaen, stichter van de Stam Zwevezele.
- Pieter Lampsins, de broer van deze Adriaen is misschien stichter van de Stam Torhout.
- Via de zoon Marijn en de kleinzoon Marijn is er de achterkleindochter Maria Lampsins, die als herbergiersdochter huwt met de eigenaar van die herberg, de Heer van Zwevezele. Zo komt ze in de adelstand, krijgt een wapenschild en wordt voorouder van prinses Mathilde! Voor meer details verwijzen we naar de tekst bij haar naam, op te zoeken via de index achteraan.
Uit het tweede huwelijk met Cornelia Lievins:
- In wezerijakten van Koolskamp wordt verwezen naar Joos Lamsins, zoon van Michiel Lamsin. De Stam Koolskamp moet dus afkomstig zijn van deze tak, maar er is nog niet in detail aangetoond op welke manier precies.