In Zwevezele vinden we op 15.12.1699 een overlijden van 'Judocus Benoo, 80 jaar oud', zonder nadere uitleg. Er mag met zekerheid aangenomen worden dat het om onze stamvader Judocus Denoo gaat want 15 jaar eerder - in 1684, ook in Zwevezele - noteerde de pastoor het overlijden van 'Joanna Benoo' die in 1683 nog gehuwd was als 'Joanna Denoo'. In 1722 noteerde hij (of zijn opvolger) het overlijden van de zoon Joannes Denoo eveneens als 'Beno'. In 1737 tenslotte wordt bij het huwelijk van de kleinzoon Petrus Denoo de variante 'Benö' genoteerd.
Bij het overlijden van 'Jacoba Craye, 70 jaar oud' in 1694, schreef de pastoor ook geen verdere uitleg. Toch mogen we dankbaar zijn dat hij toch nog de leeftijden vermeldt. De doop- en huwelijksregisters van Zwevezele zijn immers pas vanaf 1651 bewaard gebleven, dus zijn de geboorten van Judocus en Jacoba niet exact bekend, maar op een paar jaar na kennen we ze nu toch.
Joos Denoo huwde dus met Jacquemyne (Jacoba) Craye. Haar ouders waren eigenaar van een partij land (zie begin van deze tekst). In die tijd was de Heer van Zwevezele eigenaar (in feite: leenheer t.a.v. de Graaf van Vlaanderen) van bijna alle gronden. Wie toch particuliere eigendom bezat behoorde tot de rijkere klasse. Een andere belangrijke indicatie van het aanzien van Joos was dat hij een eigen handtekening had. Dat betekent niet noodzakelijk dat hij geletterd was, en kon schrijven. Het gaat letterlijk om een hand-tekening, d.w.z.een eigen symbool dat hij tekende onderaan de akten. Dit is de oudste bekende handtekening van een Denoo.
Zoals aangehaald bij de stamvader Charles Denoo, is de familie Craye een aloud Zwevezeels geslacht. Dankzij een aantal wezenakten kunnen we met de familie Craye veel verder teruggaan in de tijd dan met de familie Denoo. Bijgaand schema toont de genealogie van Jacoba Craye in Zwevezele tot 1499 !
Uit het schema blijkt dat Jacoba een dochter was van Boudewijn Craye (Rijksarchief Brugge, Gemeentearchieven, Supplement II, Gemeentearchief Zwevezele, n° 15, f° 43v, dd 24.03.1651). Boudewijn kunnen we op merkwaardige wijze in verband brengen met de Zwevezeelse Lampsins uit ons stamboomboek "Geschiedenis van de Lanssens-Lansens-Lanssen-Lansen- Lamsens 1460-2003" dat in 2003 gepubliceerd werd. Maria Lampsins, herbergiersdochter, kon huwen met een edelman, Adriaan Luucx, de heer van Zwevezele. Op die manier werd ze een van de voorouders van toekomstige koningin Mathilde (d'Udekem d'Acoz). Dit feit verwekte in Zwevezele uiteraard jaloerse reacties, die zich ondermeer uitten onder de vorm van roddels. In 1623 moest Boudewijn Craye voor de baljuw verschijnen «... tot reparatie van injurien ...», lees: om zich te verantwoorden wegens beledigingen aan het adres van Maria Lampsins. Hij ontkende echter zijn schuld (zie: "Zwevezele" door André Vandewiele, blz. 204).
Via de stamboom van de Lanssens (Lampsins) en door een ongelooflijk toeval, kennen we exact het perceel in Zwevezele dat eigendom was van Joos en Jacquemyne in het jaar 1650 !!
Op 25 november 1650 erfden de kinderen van Jan Lampssens (Lampsins) in Zwevezele een stuk grond, waarvan de ligging als volgt omschreven wordt: «ten westen van de kerk, grenzend in het noorden aan de Torhoutstraat, in het oosten aan de Waarbeek, in het zuiden aan de gronden van Pieter Vanthuyne en van Jan Vandendender, en in het westen ... aan de grond van Joos Denoo !!
De Waarbeek wordt in Zwevezele de 'Grote Beek' of de 'Jobeek' genoemd. Ze stroomt van Zwevezele richting Waardamme (één van de verklaringen van de naam Waardamme is 'dam op de Waer') en mondt uit in de Velddambeek, de Rivierbeek en het kanaal Gent-Brugge.
De Torhoutstraat was vroeger veel langer dan nu. Waar ze de beek kruist, heet ze tegenwoordig de 'Zeswegestraat'. Het is een geasfalteerde weg met gebogen tracé en een dalend verloop naar het centrum van Zwevezele toe. Haar huidige naam verwijst naar het kruispunt waar zes straten - de Torhoutstraat, de Hoogstraat, de Driekavenstraat, de Stampkotmolenstraat, de Cauwenteynestraat en de Rijkestraat - samenkomen. Op de Grote Kaart van het Brugse Vrije door Pieter Pourbus (1571), gekopieerd door Pieter Claeyssens (1601), is er alleen bebouwing ter hoogte van het gehucht Zeswegen: tussen de Aspergemstraat en de Rijkestraat zijn een vijftal gebouwen opgetekend en ten oosten van het kruispunt met de Torhoutstraat een viertal gebouwen. Op de kaart van Ferraris (1778) is de straat afgezoomd door bomen en loopt ze doorheen akkers, weilanden en kleine bospartijen. De bebouwing is nog altijd beperkt maar meer dan in 1571, en ze is verspreid langsheen de weg. Op het kruispunt van de zes wegen is een wegkruis aangeduid.
Als je vanop de Markt van Zwevezele gereden komt, is er voor de grond van Jan Lampsins slechts één mogelijkheid, nl. aan de linkerkant, net voorbij de beek. De beek is echter omgelegd rond het eerste huis, dus dit huis met nummer 2, lag vroeger vóór de beek (op de Ferrariskaarten van 1778 zien we duidelijk dat deze omlegging niet bestond). De grond van Jan Lampsins is dus ter hoogte van het huis n° 4, en de grond van Joos Denoo is dan n° 6. Net als in 1650 zijn er achteraan (dus ten zuiden) nog altijd twee eigendommen (in 1650 waren die van Pieter Vanthuyne en van Jan Vandendender).
Voor de liefhebbers volgt hierna de integrale tekst van de erfenisakte dd. 25.11.1650.
Compareerden voor Jacques Verstraten
Balliu Van Meeschaert Gillis De Leersnyer
ende Abraham Faut schepenen van de prochye
ende heeren van Swevesele in persoone
Joos Versichele fs Phlps ende Magdeleene
Lampssens fa Jans syn wyf midtsgaders
Charles Tuutens ...... ende Elisabette
fa Jan Lampssens syn wyf deselfen voor soo
vele alst noot sy ter saken naerschreven
van de voorseide haarlieden mans behoorlyck
geaucthoriseert welcke auctorisatie sylieden
verklaerden over danckelycke te accepteren
welcke comparanten soo gesaemdelyck
als respectivelyck gaven halme ende
wettelycke gifte hemlieden midtsdien .....
ende onterfvende van naervolgende parten ende
deelen van een stuck lants inde prochye
van Swevesele west van de kercke palende
metten noorden jegens de Thoroutstrate,
oost de Waerbeke, zuut Mr. Pieter Van Thuyne
ende meester Jan Vanden Dendre de Jonge, west Joos
Denoo / ende eerst groot int gehele
twee gemeten achthien roeden conforme
sheere rentebouck ende eerst den voornoemde
Joos Versichele van de vier deelen van
elfven ende den voornoemde Charles Tuutens
een elfste part van tselven stuck lants
tsamen de vyf deelen van elfve ende dit
alles ten proffyte ende behoeve van
Mr. Pieter Van Thuune ende Mr. Jan
Vanden Dendere de Jonge ten desen
present ende thaeren eygendomme
accepterende die oversulcx / alvooren de
behoorlycke kerckgeboden gedaen / syn al
wel ende wettelyck gegoet ende geerft
mette solempniteyen costuumen ende
in gelycken geobserveert voor de somme
van achthien ponden thien schellingen grooten
in advenante van de gemete / wesende
het selven stuck lants in syn geheele
belast met ses ponden parisis tsjrs den
pennynck achthien in proffyte van de
cloostere van Sarepten in Brugge
dan of het capitael voor dese vyf deelen
van elfven bedraegt vier ponden eenen
schellynck een pennynck / twelck aen de coopers
acceptanten mette verloopen croisen
naert bevint sal valideren op de
voorseide coopsomme / ende is te weten
dat den selven coop is geschiet metten
advenante van de groene catheylen daarop
ende inne wesen / deselve partyen de
comparanten toecommende ten tittle
van successye hemlieden hele gebeurt
ten sterfhuuse van Jan Lampssens
ende Joossyncken Lampssens des comparanten
vader ende moeder / en niet voorder
belast dan mette heerlycke renten van
ouden tyden daaruut gegaen hebben danof
dachterstellen van diere moeten valideren
ende acceptanten tot date deser / alles
met beloofte van garrante ende voorts
naer rechte Actum 25en novembre
16 honderd vyftigh toorconde ende voorts in
gevoegen van seker schriftelyck contract
waeranne van wedersyden wordt
gerefereert Actum als boven